Stelende scharensliepersjongen
Historisch leven langs de Vliet
Leidschendam - Een onbekende knul van rond de 10 jaar wist in Veur de boel op stelten te zetten toen hij een koperen kannetje meenam van het erf van de familie Waarsenburg. De jongen bleek te horen bij een scharensliep die vanuit Den Haag de deuren langs ging. Maar o wat was het oppassen in het dorp met die vreemde snoeshanen die wat wilden verkopen.
Op 5 maart 1829 ging de Veurenaar Jacobus Waarsenburg naar burgemeester Coenraad van Eijk (1783-1841) om hem zijn verslag te doen over hetgeen hem daags ervoor was overkomen.
De burgemeester van Veur was een manusje van alles in het dorp. Hij was gemakkelijk benaderbaar en handhaafde de orde, was tegelijkertijd ambtenaar van de Burgerlijke Stand en vooral een bemoeial die alles wilde weten. Niet voor niets was hij maar liefst 32 jaar burgervader: van 1810 tot 1842.
Ketelboeter
En Jacobus Waarsenburg? Hij was een man die pas enkele maanden woonachtig was in de gemeente; op 21 januari 1829 had hij zich laten inschrijven te Veur met zijn kinderen Geertje (4), Leentje (2) en Maria van zes maanden en zijn vrouw Geertje Zandvliet met wie hij in 1824 te Zoeterwoude was getrouwd. Geertje was een eenvoudig meisje uit Oegstgeest dat drie jaar jonger was dan hij. Jacobus was van beroep ketelboeter, evenals zijn vader, en geboren te Zoeterwoude. Een ketelboeter of ketellapper was een ambachtsman die ketels en pannen opknapte en ze een tweede leven gunde.
Joch
Niet zo verwonderlijk dat het erf van Waarsenburg vol stond met allerlei soorten ketels en pannen. Hij was woonachtig aan de doorgaande weg naar Voorschoten, waar hij voor zijn huis een sloot had waarover hij een plank had gemaakt om in- en uit te gaan.
Hierover kwam de bewuste dag in 1829 een scharenslijper met een knaapje van ‘na gissing tussen de acht en tien jaren oud’. Dat joch vroeg aan de vrouw des huizes of ze wellicht scharen te slijpen had. De vrouw antwoordde kordaat met nee en de jongen liep weg, doch hij graaide daarbij wel een koperen keteltje mee dat op de werf stond. De vrouw zag het en liep het vluchtende stel achterna richting Voorschoten. In het dorp konden de dieven staande worden gehouden, waarop ze de ketel teruggaven en de vrouw weer huiswaarts ging.
Soldaten
Die avond kwamen ze echter terug, vergezeld van drie bevriende garnizoenssoldaten uit Leiden, en vroegen om het bewuste keteltje. Een van hen graaide het uit de handen van Waarsenburg en gaf het aan de scharensliep en ieder ging zijns weegs onder protesterend geschreeuw van de ketellapper.
De buren zagen het allemaal gebeuren en iedereen stond perplex. De vogel was gevlogen, doch het dorp wist wederom hoe voorzichtig je moest zijn met vreemdelingen!
Klik hier om terug te gaan.